Digitale communicatie in de zorg: 3 verrassende feiten én infographic
Digitalisering in de zorg wordt nog vaak gezien als een extra laag bovenop bestaande werkprocessen. Meer berichten, meer systemen, meer interactie en dus ook meer druk op zorgprofessionals. De praktijk van digitale communicatie laat iets heel anders zien: als je communicatie vóór je laat werken, bespaart het juist handelingen en versterkt het de verbinding.
Door Celine Hillenaar en Fleur Lam
In dit artikel nemen we je mee in de ideeën die er bestaan over digitale zorg en communicatie, en hoe die wel of niet terug te zien zijn in de cijfers over de dagelijkse praktijk. Feitelijk gedrag, door grootschalig gebruik. BeterDichtbij wordt door tienduizenden professionals in de zorg ingezet in contact met collega’s in de regio en met miljoenen mensen die zorg nodig hebben of hun naasten.
We hebben heel veel geleerd over hoe dit patiëntbegeleiding verbetert, professionals fijner laat werken en zorg beter te organiseren, voorspelbaarder te maken en te integreren in zorgprocessen. Onderaan dit artikel vind je een infographic met de laatste cijfers op een rij voor je.
Kleine note over de cijfers: als we spreken over een gesprek, is dat een gesprek met berichten (zoals je dat kent in WhatsApp en Signal bv.), foto’s, bijlagen, etc. tussen een zorgverlener of afdeling en een patiënt, cliënt of mantelzorger. Een zorgverlener, die vaak binnen BeterDichtbij samenwerkt met diens afdeling, heeft natuurlijk gesprekken met meerdere patiënten. Maar andersom gebeurt ook veel: iemand die zorg nodig heeft, en gesprekken heeft met cardiologie, de thuiszorg en de maatschappelijk werker bijvoorbeeld.
Groei die verder gaat dan experimenteren
Over welke schaal spreken we nu precies? In 2025 werden bijna 1,9 miljoen uitnodigingen verstuurd voor een BeterDichtbij gesprek; een stijging van ruim 36% ten opzichte van 2024. Deze groei markeert een duidelijke verschuiving: digitale communicatie is al lang geen experiment meer, maar een structureel onderdeel van zorgverlening.
De groei wordt vooral gedreven door:
- Standaard aanbieden van digitaal contact aan alle patiënten of cliënten.
- Integratie in zorgprocessen, waarbij BeterDichtbij fungeert als vast communicatie- en distributiekanaal.
- Ook het aantal aangesloten zorgorganisaties groeide verder, wat deze ontwikkeling versterkt.
Feit 1: digitale communicatie geeft minder werkdruk en gestroomlijnde communicatie
Een veelgehoorde aanname is dat digitalisering in de zorg automatisch leidt tot meer werkdruk. Want meer digitale communicatie betekent meer berichten, meer vragen en dus meer belasting voor zorgprofessionals? De data laten een ander beeld zien. Het berichtenvolume groeide met circa 30%, terwijl het aantal uitnodigingen met 36% steeg.
Wat leert dit verschil ons? Een groot deel van de communicatie komt niet meer vanuit de patiënt, maar vanuit zorg zelf. Ongeveer 76% van alle berichten wordt verzonden door zorgorganisaties zelf, terwijl 24% afkomstig is van patiënten. Dat is een wezenlijk andere verhouding dan vaak wordt aangenomen over digitale communicatie.
De eerste digitale communicatie betreft dus niet het beantwoorden van een patiëntvraag, maar het actief delen van een actie (zoals afspraakherinnering, voorbereiding op opname, etc.) of informatie (over de diagnose, een link naar voorlichtingsvideo, uitslagen in het portaal, enzovoort).
Zo wordt natuurlijk werkdruk verlaagt, want deze informatie voorkomt vragen, dus digitale berichten of telefoontjes. Zorgprofessionals hoeven minder vaak losse handelingen te verrichten en krijgen meer grip op wanneer communicatie plaatsvindt. En omdat je berichten in BeterDichtbij ook geautomatiseerd kan versturen op precies het juiste moment, kost deze handeling zelfs helemaal geen tijd meer zodra dit is ingesteld op zorgpad- en patiëntengroepniveau.

Feit 2: ouderen maken veel gebruik van digitale zorg
Vaak wordt gezegd: mijn patiënten of cliënten kunnen dit niet, die zijn niet digitaal vaardig genoeg vanwege hun leeftijd. Maar die aanname klopt niet, want juist 60+er maken het meest gebruik van BeterDichtbij voor digitaal contact met hun zorgverleners.
De feiten: de grootste gebruikersgroep van BeterDichtbij bevindt zich in de leeftijd van 60 tot 70 jaar. Dit is juist een groep met relatief hoge zorgvraag die het platform actief gebruikt binnen verschillende zorgtrajecten. Daarnaast is ook de groep van 30 tot 40 jaar sterk vertegenwoordigd, onder andere door gebruik binnen specialismen zoals gynaecologie en verloskunde.
Wat daarbij opvalt, is dat gebruik niet afneemt met leeftijd, maar vooral samenhangt met de intensiteit van de zorg en de manier waarop deze is georganiseerd. Zowel jongere als oudere gebruikers hebben gemiddeld meerdere gesprekken per persoon. Dit hangt vaak samen met behandeling bij meerdere zorgverleners of het gebruik van contactpersonen en mantelzorg.
Dit laat zien dat het gebruik van digitale zorgcommunicatie niet zozeer wordt bepaald door leeftijd, maar door hoe zorgprocessen zijn ingericht en hoe vaak patiënten met de zorg in aanraking komen.
Oh en dan hebben we dit feit nog niet genoemd: de oudste gebruiker van BeterDichtbij is 96 jaar oud.

Feit 3: digitale communicatie is van toegevoegde waarde in alle typen zorg
Binnen zorgorganisaties leeft vaak het idee dat digitale communicatie niet geschikt is voor alle afdelingen. Waarom zou je digitaal contact hebben als je maar heel kort in behandeling bent zoals bij KNO? Bij cardiologie is de urgentie toch veel te groot, dan moet je toch blijven bellen?
De cijfers laten – wederom – een heel ander beeld zien. BeterDichtbij wordt in de praktijk ingezet door alle typen afdelingen: van dagbehandeling in het ziekenhuis tot thuiszorg, en van afdelingen met lange zorgtrajecten, zoals diabeteszorg, tot korte trajecten zoals traumachirurgie. Ook binnen het volledige operatieve zorgpad speelt BeterDichtbij een rol: van de preoperatieve fase tot en met de revalidatie. De inzet van BeterDichtbij zie je bovendien in elke levensfase, van voortplantingsgeneeskunde tot geriatrie.
Waarom? Omdat communicatie in elk zorgtraject de basis is. Zonder communicatie geen zorg. In elk traject spelen emoties een grote rol, als het niet bij de patiënt of cliënten zelf is, dan wel bij diens naasten. En in elk traject zijn afstemming en informatie essentieel om tot het goede traject te komen dat past bij de patiënt of cliënt.
De grootste afdelingen, waar de meeste gesprekken zijn, die BeterDichtbij gebruiken zijn:
- Anesthesiologie
- Chirurgie
- Gynaecologie en Verloskunde
- KNO
- Cardiologie
Deze brede inzet toont aan dat de gedachte dat bepaalde afdelingen zich niet lenen voor BeterDichtbij, in de praktijk niet klopt. Integendeel: de data bevestigen dat BeterDichtbij juist afdelings- en specialisme-overstijgend waarde toevoegt.
Infographic: digitale communicatie en BeterDichtbij

Download BeterDichtbij infographic als PDF
Van extra vragen naar digitale patiëntbegeleiding
De cijfers van BeterDichtbij laten zien dat digitale communicatie niet leidt tot extra belasting, maar juist tot een andere manier van organiseren van zorg en communicatie. De waarde zit niet in méér berichten, maar om berichten die ertoe doen. Proactief verstuurd op het juiste moment binnen een zorgpad met je juiste informatie via het juiste kanaal. Daardoor hoeven patiënten minder vaak zelf vragen te stellen, omdat informatie al vóór het consult of de behandeling beschikbaar is.
Wil je hier meer over weten, bekijk dan ook de Special voor medisch professionals, inclusief set kant-en-klare zorgpaden met digitale communicatie als basis.